ECLI:NL:PHR:2007:BA4953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens voordeel trekken uit met valsheid verkregen bijstandsuitkering door samenwoning
De zaak betreft de vraag of verdachte samenwoonde met zijn partner die een bijstandsuitkering ontving, terwijl zij dit niet officieel hadden geregistreerd om de uitkering te behouden. Het hof achtte de samenwoning wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van verdachte, zijn partner en getuigen, alsmede politie-mutaties en andere bewijsmiddelen.
Verdachte had verklaard dat hij officieel niet samenwoonde vanwege de uitkering van zijn partner, maar in werkelijkheid deelden zij een huishouden, aten en dronken samen, en verbleef verdachte regelmatig in de woning van zijn partner. Het hof concludeerde dat verdachte zich bewust was van het bedrog jegens de uitkeringsinstantie en opzettelijk voordeel trok uit het misbruik van de bijstandsuitkering.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaringen van verdachte onder druk en niet vrij waren afgelegd en dat een persoonlijkheidsonderzoek noodzakelijk was. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat voldoende informatie over de persoonlijkheid van verdachte beschikbaar was en de verklaringen consistent waren met andere bewijsmiddelen.
De Hoge Raad concludeert dat het bewijs toereikend is en dat het hof de juiste maatstaven heeft toegepast bij de beoordeling van de verklaringen en het bewijs. De middelen van cassatie worden verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een werkstraf van 180 uur wegens opzettelijk voordeel trekken uit een met valsheid verkregen bijstandsuitkering.