ECLI:NL:PHR:2007:BA4600
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening schadeloosstelling bij onteigening prostitutiepanden in stadsvernieuwingsplan
Deze zaak betreft een geschil tussen de gemeente 's-Gravenhage en de eigenaren van onteigende prostitutiepanden over de vaststelling van de schadeloosstelling. De onteigening vond plaats in het kader van een stadsvernieuwingsplan gericht op de uitbanning van raamprostitutie. De kern van het geschil betreft de waardebepaling van de panden, de toekenning van een premie uithandenbreken voor de verwerving van vervangende panden, en de vergoeding van belastingschade.
De rechtbank had de schadeloosstelling gebaseerd op deskundigenrapporten die uitgingen van marktgegevens en geobjectiveerde straatgemiddelden, omdat de door de eigenaren verstrekte financiële gegevens niet controleerbaar waren. De deskundigen stelden dat vervangende panden in de betreffende straat beschikbaar waren, ondanks het betoog van de eigenaren dat dit niet het geval was. De rechtbank kende een premie uithandenbreken toe, hoewel het onduidelijk bleef waarom deze premie moest gelden voor herbelegging elders dan in de betreffende straat.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de motivering van de rechtbank, de bruikbaarheid van de financiële gegevens, en de toekenning van de premie uithandenbreken. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging konden leiden, onder meer omdat de rechtbank de deskundigenrapporten voldoende had gemotiveerd en de eigenaren onvoldoende concrete feiten hadden aangedragen ter onderbouwing van hun stellingen. De Hoge Raad wees ook op het belang van de beleggingssituatie en benadrukte dat de premie uithandenbreken alleen gerechtvaardigd is indien herbelegging in de betreffende straat noodzakelijk is, wat in deze zaak niet duidelijk was aangetoond.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de eigenaren wordt verworpen, het vonnis vernietigd voor het incidentele beroep en terugverwezen voor nadere beoordeling van de premie uithandenbreken.