ECLI:NL:PHR:2007:BA3531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillietverklaring en behandelt tijdigheid producties en opeisbaarheid vordering
In deze zaak bevestigde de Hoge Raad bij arrest van 8 juni 2007 het vonnis van de rechtbank en het arrest van het hof waarin de faillietverklaring van verzoekster was uitgesproken en bekrachtigd. Kernpunten in cassatie betroffen de tijdigheid van producties die verweerster in appel had ingebracht en de vraag of verweerster een opeisbare vordering op verzoekster bezat.
Het hof had geoordeeld dat verzoekster voldoende gelegenheid had gehad om op de omvangrijke, laattijdig ingebrachte stukken te reageren en dat er geen sprake was van benadeling. De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en benadrukte dat de beoordeling van de aard en omvang van laattijdig ingebrachte stukken een feitelijke waardering is die in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat verweerster een rechtstreekse aansprakelijkheid van verzoekster voor de huurbetalingen had aanvaard, waarmee de vordering opeisbaar was. De klachten van verzoekster werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het faillissement van verzoekster wordt bekrachtigd.