ECLI:NL:PHR:2007:BA2720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Invloed van fiscale faciliteiten op de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde van een windmolenpark
In deze zaak staat centraal de vraag of fiscale faciliteiten, die ter vervanging van investeringssubsidies zijn ingevoerd, invloed hebben op de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde van een windmolenpark. Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van het windmolenpark, stelde dat deze fiscale faciliteiten in mindering gebracht moesten worden op de stichtingskosten bij de waardebepaling.
De gemeente stelde zich op het standpunt dat deze fiscale faciliteiten niet gelijkgesteld kunnen worden met investeringssubsidies en daarom niet in mindering mogen worden gebracht. Het Hof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat alleen investeringssubsidies, die algemeen voor iedereen beschikbaar zijn, in mindering mogen worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en verduidelijkt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde wordt bepaald op basis van de investering die nodig is om een identiek object te vervangen, gecorrigeerd voor technische en functionele veroudering. Investeringssubsidies, die objectgebonden en algemeen toegankelijk zijn, verminderen de stichtingskosten en daarmee de waarde. Fiscale faciliteiten zoals de ontheffing van energiebelasting, VAMIL-regeling en energie-investeringsaftrek creëren slechts liquiditeitsvoordelen en mogen niet worden verrekend in de waardebepaling.
De uitspraak benadrukt de juridische en economische onderbouwing van de gecorrigeerde vervangingswaarde en bevestigt de uniformiteit in de waarderingspraktijk, waarbij alleen objectgebonden subsidies in mindering worden gebracht. Dit waarborgt een consistente en rechtvaardige waardering van onroerende zaken binnen het kader van de Wet WOZ.
Uitkomst: Fiscale faciliteiten mogen niet in mindering worden gebracht op de gecorrigeerde vervangingswaarde van het windmolenpark.