ECLI:NL:PHR:2007:BA2498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid invordering bestuurlijke dwangsommen na maximale verbeurteperiode
In deze zaak stond het verzet tegen twee dwangbevelen centraal, waarbij de gemeente Deventer bestuurlijke dwangsommen invorderde wegens het niet naleven van een last tot herstel van een agrarisch perceel. De dwangsombeschikking legde een dwangsom op per maand van niet-naleving, met een maximum bedrag. De eiser betoogde dat na het bereiken van het maximum op 2 september 2002 geen dwangsommen meer konden worden verbeurd en dat de dwangbevelen betrekking hadden op bedragen die na deze datum waren verbeurd, waardoor de invordering onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank en het hof stelden vast dat de dwangsommen van rechtswege werden verbeurd zolang de last niet werd nageleefd en dat de brief van 3 juni 2002 geen opschortende werking had op de looptijd van de dwangsombeschikking. Het hof oordeelde dat de dwangbevelen betrekking hadden op bedragen die binnen de periode van verbeurte vielen en dat de verjaring van de invorderingsbevoegdheid tijdig was gestuit door brieven, facturen en aanmaningen.
De Hoge Raad bevestigde dat na het bereiken van het maximum geen nieuwe dwangsommen meer kunnen worden verbeurd, maar dat de dwangbevelen niet betrekking hadden op bedragen die na die datum waren verbeurd. Ook was er geen sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing door het hof over de stuiting van de verjaring. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de dwangbevelen zijn rechtmatig; de verjaring van de invordering is tijdig gestuit.