ECLI:NL:PHR:2007:AZ8743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid huurder voor gedragingen derden en proportionaliteit beëindiging huurovereenkomst
In deze zaak vordert verhuurder Land van Rode op grond van het oude huurrecht de beëindiging van de huurovereenkomst met [verweerster] wegens mishandeling van de huismeester door haar zoon. De rechtbank en het hof wezen de vordering af, waarbij het hof oordeelde dat de gedragingen van de zoon niet aan de huurder konden worden toegerekend en dat ontruiming disproportioneel zou zijn gezien de andere beschikbare maatregelen.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de uitleg van artikel 7A:1602 oud BW, dat de huurder aansprakelijk stelt voor gedragingen van derden die met zijn goedvinden het gehuurde gebruiken. De Hoge Raad concludeert dat deze aansprakelijkheid beperkt is tot schade aan het gehuurde en niet zonder meer kan worden uitgebreid tot andere onregelmatigheden zoals mishandeling of overlast.
Verder overweegt de Hoge Raad dat de belangenafweging bij beëindiging van de huurovereenkomst ruimte laat voor proportionaliteit, waarbij de ernst van de tekortkoming en de persoonlijke omstandigheden van de huurder meewegen. De afwijzing van de vordering wegens disproportionaliteit wordt als voldoende gemotiveerd beschouwd. De klachten van Land van Rode worden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de huurder niet aansprakelijk is voor de mishandeling door haar niet-inwonende zoon en dat beëindiging van de huurovereenkomst disproportioneel is.