ECLI:NL:PHR:2007:AZ6180
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot oplichting milieu-inspecteur wegens ontoereikende bewijsvoering
De zaak betreft een milieu-inspecteur die werd verdacht van het aannemen van geld in ruil voor het intrekken van een dwangsombeschikking en boete, waarbij hij onware mededelingen deed over het intrekken van sancties tegen een café-eigenaar. Het hof sprak de verdachte vrij van poging tot oplichting, omdat het oordeelde dat het slachtoffer vanaf het begin wist dat de mededelingen niet waar waren, en dat de handelingen van de verdachte niet in strijd met zijn plicht waren.
De Procureur-Generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak en betoogde dat het hof een te beperkte uitleg gaf aan het begrip 'in strijd met zijn plicht' en dat het hof ten onrechte oordeelde dat het slachtoffer wist dat de mededelingen onwaar waren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de poging tot oplichting niet bewezen was, omdat het feit dat het slachtoffer wist dat de mededelingen onwaar waren niet uitsluit dat sprake kan zijn van poging tot oplichting.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het vonnis dat betrekking had op de vrijspraak van poging tot oplichting en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden en dat dit bij eventuele strafoplegging in acht moet worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak van poging tot oplichting en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.