ECLI:NL:PHR:2007:AZ5450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtsgevolg naturalisatiebesluit met onjuiste persoonsgegevens vóór 1 april 2003
Deze zaak betreft een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Verzoekster had in 1998 een naturalisatieverzoek ingediend met onjuiste persoonsgegevens en kreeg in 1999 het Nederlanderschap toegekend op basis van deze valse gegevens.
Na 1 april 2003, de datum van inwerkingtreding van een wetswijziging die artikel 14 lid 1 RWN Pro invoerde, werd de geldigheid van dergelijke besluiten anders beoordeeld. De rechtbank wees het verzoek van verzoekster af omdat het besluit met valse persoonsgegevens was genomen vóór deze datum en derhalve geen rechtsgevolg heeft.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat overgangsrecht onderscheid maakt tussen besluiten vóór en na 1 april 2003. Alleen bijzondere omstandigheden die aantonen dat ondanks de onjuiste persoonsgegevens de ware identiteit duidelijk was, kunnen rechtsgevolg geven. In deze zaak zijn dergelijke omstandigheden niet aangetoond. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het naturalisatiebesluit met onjuiste persoonsgegevens verleend vóór 1 april 2003 mist rechtsgevolg.