ECLI:NL:PHR:2007:AZ4705
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over valselijk opmaken van facturen en recht op herziening omzetbelasting
Deze zaak betreft de strafrechtelijke beoordeling van het valselijk opmaken van twee creditfacturen en een debetfactuur door A B.V., gericht aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD). De creditfacturen van 10 oktober en 12 november 1996 en de debetfactuur van 3 december 1996 zijn nooit aan de EVD verzonden, terwijl zij wel aan de Belastingdienst werden voorgelegd om onterecht betaalde omzetbelasting terug te vorderen.
De Hoge Raad stelt vast dat de bewezenverklaring voor het valselijk opmaken van de creditfacturen niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsmiddelen, omdat niet duidelijk is of bij het opmaken van deze facturen al de intentie bestond om ze niet uit te reiken en de bedragen niet aan de EVD terug te betalen. Voor de debetfactuur is de valsheid wel aannemelijk, omdat deze is opgemaakt om de boekhouding te corrigeren en de vermeende werkzaamheden niet zijn verricht.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat er geen wettelijke verplichting bestond om de facturen aan de EVD uit te reiken, omdat de creditfacturen geen betrekking hadden op daadwerkelijke leveringen of diensten en de debetfactuur geen omzetbelasting betrof. De zaak wordt deels vernietigd en terugverwezen naar het Hof voor hernieuwde behandeling van het onder 1 tenlastegelegde feit.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor het deel over de creditfacturen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling; de bewezenverklaring voor de debetfactuur blijft staan.