ECLI:NL:PHR:2007:AZ4703
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis over valselijk opmaken van facturen en recht op herziening omzetbelasting
In deze zaak stond de vraag centraal of A B.V. valselijk credit- en debetfacturen had opgemaakt gericht aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) met het oogmerk deze als echt te gebruiken om onterecht ontvangen omzetbelasting niet terug te betalen.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat A B.V. op het moment van het opmaken van de creditfacturen al het opzet had om deze valselijk op te maken. De verklaringen lieten immers de mogelijkheid open dat het besluit om het geld niet aan de EVD terug te betalen pas later was genomen. Voor de debetfactuur werd wel bewezen geacht dat deze valselijk was opgemaakt om de boekhouding te laten kloppen.
Daarnaast werd geoordeeld dat er geen wettelijke verplichting bestond om de facturen aan de EVD uit te reiken, waardoor het niet verzenden van de facturen op zichzelf geen valsheid oplevert. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het onder 1 tenlastegelegde feit en de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onder 1 tenlastegelegde en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.