ECLI:NL:PHR:2007:AZ3142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg sterke drank in Drank- en Horecawet en leeftijdscontrole bij verstrekking
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 20 van Pro de Drank- en Horecawet. Het geschil draait om de uitleg van het begrip 'sterke drank' in de wet en de vereisten omtrent leeftijdscontrole bij de verstrekking van alcoholhoudende dranken aan minderjarigen.
De Hoge Raad bevestigt dat onder sterke drank ook mengsels vallen waarin sterke drank is verwerkt, ook als deze ter plaatse worden gemengd (post-mixen). Het alcoholpercentage van vijftien procent of meer is het beslissende criterium, niet de wijze van mengen. Dit betekent dat ook mixdrankjes die ter plekke worden bereid onder het verbod vallen als zij aan deze norm voldoen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de wet vereist dat de leeftijd van afnemers wordt vastgesteld wanneer deze niet onmiskenbaar oud genoeg zijn. Het is voldoende dat opsporingsambtenaren op grond van ervaring constateren dat de afnemer niet onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt en dat de verstrekker geen controle heeft uitgevoerd. De feitelijke leeftijd hoeft niet bewezen te worden, en het ontbreken van identiteitsgegevens van de consumenten leidt niet tot niet-ontvankelijkheid of vrijspraak.
De Hoge Raad corrigeert ambtshalve de bewezenverklaring en de opgelegde straf voor enkele feiten, maar verwerpt het cassatieberoep verder. Hiermee wordt de handhaving van de leeftijdsgrenzen en de bescherming van jongeren tegen alcoholgebruik versterkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat mengsels met sterke drank onder het verbod vallen en dat leeftijdscontrole verplicht is; de veroordeling blijft met aangepaste feiten en boetes in stand.