ECLI:NL:PHR:2007:AZ2589
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over beroepsaansprakelijkheid accountant en causaal verband bij fraude binnen cliëntbedrijf
In deze zaak staat de beroepsaansprakelijkheid van KPMG centraal wegens tekortkomingen bij de controle van de jaarrekeningen van Dipasa over 1990 en 1991. Dipasa ontdekte fraude binnen haar onderneming, waarvoor haar directeur strafrechtelijk werd veroordeeld. Dipasa vorderde schadevergoeding van KPMG wegens onvoldoende controle, maar het hof stelde vast dat er wel een beroepsfout was, doch dat het causaal verband met de schade ontbrak.
De klacht van Dipasa richtte zich op het oordeel van het hof dat de norm die door de accountant was geschonden niet strekte tot het voorkomen van het specifieke gevaar van de fraude, waardoor de omkeringsregel niet van toepassing was. De Hoge Raad bevestigde dat het hof dit oordeel terecht had gegeven en dat het cassatieberoep van Dipasa ongegrond was.
De Hoge Raad benadrukte dat de tuchtrechtelijke oordelen over de beroepsfout niet automatisch civiele aansprakelijkheid impliceren en dat het hof zelfstandig had beoordeeld of er een grond voor civielrechtelijke aansprakelijkheid bestond. Ook werd vastgesteld dat Dipasa-Mexico niet ontvankelijk was in cassatie omdat zij geen belang had bij het aanvechten van het hofarrest.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Dipasa en het incidentele beroep van KPMG, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De zaak illustreert de hoge eisen aan het causaal verband bij beroepsaansprakelijkheid van accountants en de beperkte toepassing van de omkeringsregel.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de schadevergoeding af wegens ontbreken van causaal verband ondanks vastgestelde beroepsfout.