ECLI:NL:PHR:2007:AW2191
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Navordering douanerechten na vergissing bij goederencode magnesium en toepassing vertrouwensbeginsel
Belanghebbende, een douane-expediteur en professionele marktdeelnemer, voerde ruw magnesium in onder een onjuiste goederencode zonder de vereiste vergunning bijzondere bestemmingen en controleformulier T5. De douane ontdekte een vergissing in de toepassing van de communautaire regelgeving, leidend tot navordering van douanerechten over 1998 en 1999.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende als professionele marktdeelnemer geacht wordt kennis te hebben van de relevante communautaire bepalingen en dat zij de vergissing van de douane redelijkerwijs had kunnen ontdekken. Het beroep op artikel 220, lid 2, sub b, van het Communautair Douanewetboek (CDW), dat navordering kan uitsluiten bij vergissing van de douane die niet redelijkerwijs kon worden ontdekt, werd afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt dat de navordering terecht is en dat het vertrouwensbeginsel, zowel nationaal als communautair, geen verdere bescherming biedt buiten de limitatieve regeling van artikel 220, lid 2, sub b, CDW. De complexe communautaire regeling en de professionele status van belanghebbende maken dat zij de vergissing had moeten herkennen. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en redelijkheid en billijkheid bieden geen grond voor het achterwege laten van de navordering.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de navordering van douanerechten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navordering van douanerechten wegens de onjuiste goederencode en het falen van het beroep op het vertrouwensbeginsel.