ECLI:NL:HR:2007:AW2191
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen navordering douanerechten ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Belanghebbende is bij een aanslagbiljet uit 1999 uitgenodigd tot betaling van aanzienlijke bedragen aan douanerechten. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen, waarna belanghebbende in beroep ging bij de Tariefcommissie, later overgenomen door het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat hoewel sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten, belanghebbende als professioneel marktdeelnemer deze vergissing redelijkerwijs had kunnen ontdekken.
Belanghebbende stelde subsidiair dat het vertrouwensbeginsel en de redelijkheid en billijkheid aan de navordering in de weg stonden. Het Hof verwierp dit, stellende dat de voorwaarden voor het afzien van navordering limitatief zijn opgesomd in het Communautair Douanewetboek (CDW). Het hof oordeelde dat nationale beginselen van behoorlijk bestuur niet tot een ander oordeel leiden.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de feitelijke waarderingen van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zijn en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Ook acht de Hoge Raad geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten blijft in stand.