ECLI:NL:PHR:2006:AZ3092
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wijziging partneralimentatie bij ingrijpende wijziging van omstandigheden
Partijen zijn gescheiden en hebben in hun echtscheidingsconvenant een niet-wijzigingsbeding opgenomen voor partneralimentatie, met uitzondering van ingrijpende wijziging van omstandigheden, waaronder relevante inkomensvermindering buiten eigen toedoen. De man verzocht vermindering van partner- en kinderalimentatie wegens vermeende inkomensdaling per 1 maart 2003.
Het hof wees dit verzoek af omdat het belastbaar inkomen van de man in 2003 niet significant lager was dan bij het convenant in 1997, mede omdat het bruto inkomen uit onroerend goed werd meegeteld zonder aftrek van rente. De man stelde dat het netto inkomen uit onroerend goed aanzienlijk lager was, wat het hof onvoldoende had meegewogen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuiste of onduidelijke motieven gaf door het bruto in plaats van netto inkomen uit onroerend goed te hanteren bij de draagkrachtberekening. Hierdoor is onvoldoende inzichtelijk dat er geen relevante inkomensdaling was. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling, inclusief de vraag of er een ingrijpende wijziging van omstandigheden is en de gevolgen voor de kinderalimentatie.
De uitspraak benadrukt dat bij draagkrachtberekeningen het daadwerkelijke netto rendement van vermogen bepalend is en dat motiveringen van alimentatiebeschikkingen voldoende inzicht moeten geven in de onderliggende gegevens en overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de alimentatieverplichtingen.