ECLI:NL:PHR:2006:AZ3087
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over schending voorkeursrecht bij verkoop familieboerderij en verdeling executieopbrengst
In deze zaak ging het om de verdeling van de executieopbrengst van een familieboerderij die sinds 1978 in familiebezit was. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser, eigenaar van de boerderij, het voorkeursrecht van zijn broer had geschonden door het registergoed te verkopen zonder het eerst aan hem aan te bieden tegen agrarische waarde.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de akte uit 1978 en een overeenkomst van december 1997 eiser verplicht was het registergoed eerst aan zijn broers aan te bieden tegen agrarische waarde bij vrijwillige verkoop. Hoewel de verkoop aan een derde koper plaatsvond in de context van een dreigende executoriale verkoop door de Rabobank, was er sprake van een vrijwillige verkoop omdat de executoriale verkoop pas later was aangezegd.
Het hof had vastgesteld dat de onderhandelingen en overeenstemming tussen eiser en de derde koper al plaatsvonden vóór de executoriale verkoop, waardoor het voorkeursrecht van verweerder was geschonden. De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde dat verweerder recht had op schadevergoeding wegens het verschil tussen marktwaarde en agrarische waarde. De vordering van verweerder werd toegewezen, en het beroep van eiser verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt verworpen en het hofarrest bevestigd dat het voorkeursrecht is geschonden en schadevergoeding toekomt aan verweerder.