ECLI:NL:PHR:2006:AZ2101
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte moord en verboden wapenbezit bevestigd door Hoge Raad
De zaak betreft een strafvervolging naar aanleiding van de dodelijke schietpartij waarbij een 13-jarige jongen nabij het Rotterdamse metrostation Slinge om het leven kwam. De verdachte werd door het gerechtshof vrijgesproken van moord en verboden wapenbezit, maar veroordeeld voor een overtreding van de Opiumwet.
De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen de vrijspraak, stellende dat het alibi van de verdachte vals was en dat de verklaringen van getuigen onbetrouwbaar of zelfs leugenachtig zouden zijn. De Hoge Raad benadrukt dat in cassatie niet kan worden onderzocht of de feitenrechter terecht tot vrijspraak is gekomen, omdat de selectie en waardering van het bewijsmateriaal aan de feitenrechter zijn voorbehouden.
Het hof had uitvoerig gemotiveerd dat het beschikbare bewijs onvoldoende overtuigend was om de verdachte te verbinden aan het schot. De Hoge Raad oordeelt dat de motivering begrijpelijk is en dat het hof terecht twijfels had bij de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen, mede door het fenomeen van herinneringscues en de problematiek van herkenning onder stressvolle omstandigheden.
De Hoge Raad wijst de cassatie toe en bevestigt de vrijspraak, waarbij wordt onderstreept dat de rechterlijke overtuiging zich niet laat dwingen en dat twijfel leidt tot vrijspraak. De klacht dat het hof niet met een 'open mind' zou hebben geoordeeld wordt verworpen als miskenning van de onschuldpresumptie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens moord en verboden wapenbezit.