ECLI:NL:PHR:2006:AZ0423
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatige overdracht onderneming aan zustervennootschap
De zaak betreft een geschil tussen de ontvanger van de Belastingdienst en de bestuurder van een vennootschap (M&T). De ontvanger vordert betaling van een loonbelastingschuld waarvoor M&T hoofdelijk aansprakelijk is gesteld. De bestuurder heeft de onderneming van M&T om niet overgedragen aan een zustervennootschap, waarna de aandelen aan een derde zijn verkocht die M&T liquideerde.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld door de overheveling, omdat hierdoor de schuldeisers, waaronder de ontvanger, geen verhaal meer hadden op het vermogen van M&T. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het niet uitmaakt dat de aandelen later zijn verkocht; bepalend is de situatie ten tijde van de overheveling van de onderneming.
De Hoge Raad behandelt uitgebreid de vraag naar causaal verband en toerekening van schade, en bevestigt dat de bestuurder zich bewust was van het aanzienlijke risico dat schuldeisers geen verhaal zouden vinden. De cassatie wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de bestuurder bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor onrechtmatige daad wegens overdracht van de onderneming waardoor schuldeisers geen verhaal hadden.