ECLI:NL:PHR:2006:AY9673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bevel tot telefoontap bij verdenking diefstal brandweertelefoon
In deze zaak ging het om de beoordeling van de rechtmatigheid van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel, gegeven bij verdenking van diefstal of verduistering van een mobiele telefoon uit een brandweerauto in een afgesloten brandweerkazerne.
De officier van justitie had op basis van artikel 126m Sv het bevel gegeven na een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. Het hof oordeelde dat sprake was van een ernstige inbreuk op de rechtsorde, gelet op de mogelijke gevolgen voor de materiële en personele betrouwbaarheid en integriteit van het brandweerkorps, en dat het bevel daarom gerechtvaardigd was.
De verdediging stelde dat het feit geen ernstige inbreuk op de rechtsorde opleverde en dat niet was voldaan aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseisen. De Hoge Raad overweegt dat het feit waarvoor verdachte is veroordeeld, een eenvoudige diefstal is met een relatief lichte straf, en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde zou opleveren.
Daarnaast werd het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen verworpen, en het beroep op dwaling niet ontvankelijk verklaard omdat het niet uitdrukkelijk in hoger beroep was aangevoerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.