ECLI:NL:PHR:2006:AY8985
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belastingfraude bij voetballerstransfer
In deze zaak stond de vraag centraal of de betaling aan een voetballer bij zijn transfer van een Belgische naar een Nederlandse club als verkapt tekengeld moest worden aangemerkt, waarover loonbelasting had moeten worden afgedragen. Het hof had verdachte en haar bestuurder vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de betaling niet voortvloeide uit een contractuele verplichting van de Belgische club jegens de speler.
De verdediging stelde dat de betaling aan de speler een bonus was op grond van een clausule in het spelerscontract tussen de speler en de Belgische club, terwijl het Openbaar Ministerie betoogde dat het bedrag via de transfer werd opgehoogd om tekengeld te maskeren en zo belasting te ontwijken. Het hof achtte de constructie van het Openbaar Ministerie niet onwaarschijnlijk, maar vond op basis van de contracten en getuigenverklaringen dat de betaling een uitwerking was van de contractuele verplichting van de Belgische club.
De Hoge Raad bevestigde dat de feitenrechter de bewijsmiddelen mag selecteren en waarderen en dat diens beslissing over vrijspraak in cassatie niet inhoudelijk kan worden getoetst, tenzij onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn beslissing voldoende had gemotiveerd en dat het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie ongegrond was. De incidentele cassatieberoepen van verdachte en bestuurder werden niet ontvankelijk verklaard.
Verder behandelde de Hoge Raad verweren van verdachte en bestuurder betreffende vermeende onrechtmatigheden in het onderzoek en de procedure, waaronder het gebruik van controlebevoegdheden en termijnoverschrijding, en verwierp deze verweren als ongegrond. De Hoge Raad benadrukte dat ernstige schendingen van procesrechten alleen tot niet-ontvankelijkheid kunnen leiden indien sprake is van aantoonbare en onherstelbare schade aan de belangen van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte en bestuurder worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van belastingfraude bij voetballerstransfer.