ECLI:NL:PHR:2006:AY8283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schadeloosstelling bij onteigening prostitutiepanden en afwijzing premie uit handen breken
In deze onteigeningszaak tussen de gemeente 's-Gravenhage en de eigenaren van prostitutiepanden staat de berekening van de schadeloosstelling centraal. De gemeente had de panden onteigend in het kader van een stadsvernieuwingsplan gericht op het uitbannen van raamprostitutie. De Rechtbank had de waarde van de panden vastgesteld op basis van een rendementsbenadering, waarbij rekening werd gehouden met de specifieke exploitatievooruitzichten in de prostitutiebranche.
De eigenaren vorderden vergoeding van de kosten die zij zouden moeten maken bij herbelegging in een ander prostitutiepand om een vergelijkbaar hoog rendement te behalen. De Rechtbank oordeelde dat dit redelijk was en wees een premie uit handen breken af, omdat er geen noodzaak was om snel een vervangend pand aan te kopen. De gemeente stelde in cassatie dat de vermelding van een onjuiste woonplaats in de cassatiedagvaarding tot niet-ontvankelijkheid moest leiden, maar de Hoge Raad verwierp dit omdat geen onredelijke benadeling was aangetoond.
De Hoge Raad bevestigde dat de waardebepaling op basis van rendementswaarde en niet de contractuele huurprijs leidend is. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de vergoeding van herbeleggingskosten passend is, omdat de belegging duurzaam was en herbelegging in prostitutiepanden redelijk was. De afwijzing van een premie uit handen breken werd bevestigd, mede omdat er geen spoedeisendheid voor herbelegging bestond. De klachten van de gemeente werden verworpen, waarmee het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schadeloosstelling inclusief vergoeding van herbeleggingskosten, zonder toekenning van een premie uit handen breken.