ECLI:NL:PHR:2006:AY0132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens tegenstrijdige bewijsmiddelen in oplichtingszaak koperdraad
Verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld voor oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid en het bewegen tot afgifte van koperdraad onder valse voorwendselen. Het hof baseerde zijn oordeel op twee tegenstrijdige verklaringen: de verdachte verklaarde dat hij zelf de koperdraad kwam ophalen na een toezegging van een werknemer van het bedrijf, terwijl deze werknemer verklaarde dat de toezegging aan een ander was gedaan en dat een andere persoon de koperdraad daadwerkelijk ophaalde.
De Hoge Raad oordeelde dat deze tegenstrijdigheid niet van ondergeschikt belang is, omdat het hof op basis hiervan de bewezenverklaring onvoldoende heeft gemotiveerd. De oplichting is pas voltooid bij de daadwerkelijke afgifte van de koperdraad, en de verklaringen verschillen over wie deze afgifte heeft gerealiseerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De conclusie benadrukt het belang van een sluitende en niet-tegenstrijdige bewijsvoering in strafzaken.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens tegenstrijdige bewijsmiddelen; zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.