ECLI:NL:PHR:2006:AX7802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over karakter en storting van een bedrag bij koop woning
In deze zaak staat een koopovereenkomst tussen een koper en verkoper van een woning centraal, waarbij partijen verschillen van mening zijn over de rechtsgrond van een betaling van ƒ 20.000,-. De koper stelt dat dit bedrag een gebruikelijke waarborgsom of aanbetaling betrof, terwijl de verkoper beweert dat het een betaalde optie was ter dekking van extra kosten vanwege de te overbruggen periode.
De koper heeft het bedrag niet op de rekening van de verkoper gestort, maar op een derdengeldenrekening van de notaris. De verkoper heeft dit geweigerd te accepteren en is overgegaan tot verkoop aan een derde. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat de betaling als waarborgsom kon worden beschouwd en dat de koper recht had op nakoming van de koopovereenkomst.
Het hof heeft dit oordeel vernietigd en geoordeeld dat het niet voorshands bewezen kon worden geacht dat het bedrag een gebruikelijke waarborgsom was. Het hof vond dat de koper onvoldoende nadere feiten had gesteld in hoger beroep om dit te bewijzen en dat de koper zich niet aan de afspraak had gehouden om het bedrag op de rekening van de verkoper te storten. De Hoge Raad bespreekt de bewijslast, de uitleg van de term waarborgsom, en de gevolgen van het storten op de derdengeldenrekening, en vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling.