ECLI:NL:PHR:2006:AX6410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste verstekverlening zonder nader onderzoek naar aanwezigheidsrecht verdachte
In deze zaak ging het om de vraag of het hof terecht verstek had verleend tegen een verdachte die niet was verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. De verdachte had hoger beroep ingesteld en daarbij een adres opgegeven, maar was op het moment van betekening van de dagvaarding niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en niet gedetineerd. Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en verleende verstek.
De Hoge Raad overwoog dat het recht van de verdachte op berechting in zijn tegenwoordigheid moet worden afgewogen tegen het algemeen belang van een behoorlijke en tijdige rechtspleging. Van een verdachte die hoger beroep instelt mag worden verwacht dat hij de gebruikelijke maatregelen neemt om op de hoogte te blijven van de zittingsdatum. Echter, indien de woon- of verblijfplaats onbekend is, dient de rechter aan de hand van de Verwijs Index Personen (VIP) na te gaan of de verdachte gedetineerd is, zodat vervoer naar de zitting geregeld kan worden.
In deze zaak had de verdachte na het instellen van het hoger beroep een ander adres opgegeven en was hij later vertrokken naar een onbekend land zonder een nieuw adres achter te laten. De Hoge Raad stelde dat het hof zonder nadere motivering ten onrechte aannam dat de verdachte zijn aanwezigheidsrecht had prijsgegeven. Er had meer moeite moeten worden gedaan om via VIP de verblijfplaats te achterhalen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De conclusie benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging en onderzoek door de rechter alvorens verstek te verlenen, zeker bij verdachte zonder vaste verblijfplaats.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onjuiste verstekverlening zonder voldoende onderzoek naar het aanwezigheidsrecht van de verdachte.