ECLI:NL:PHR:2006:AU8281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende onderzoek naar verblijfplaats verdachte bij betekening appèldagvaarding
In deze zaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld wegens opzetheling. De dagvaarding in hoger beroep werd uitgereikt aan de griffier omdat van verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Het hof verklaarde de dagvaarding geldig, maar gaf geen blijk van onderzoek of verdachte ten tijde van de betekening gedetineerd was, wat volgens de Hoge Raad noodzakelijk is.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en wetgeving die voorschrijven dat bij onbekende verblijfplaats van de verdachte moet worden nagegaan of deze gedetineerd is, omdat de penitentiaire inrichting dan als verblijfplaats geldt. Dit is van belang voor het aanwezigheidsrecht van de verdachte tijdens de terechtzitting.
In deze zaak bleek uit detentieoverzichten dat verdachte na betekening van de dagvaarding, maar vóór de terechtzitting, gedetineerd was. Het hof had dit moeten onderzoeken omdat het niet kan worden aangenomen dat verdachte afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Het ontbreken van dit onderzoek maakt het arrest onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende in overeenstemming met de wet.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij het verblijf van verdachte en zijn aanwezigheidsrecht adequaat moeten worden onderzocht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de detentie en verblijfplaats van verdachte bij betekening van de appèldagvaarding.