ECLI:NL:HR:2006:AX6410
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekverlening bij hoger beroep zonder aanwezigheid verdachte
De verdachte was door de Politierechter bij verstek veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens poging tot oplichting en opzetheling. Hij stelde zelf hoger beroep in bij de griffie, maar verscheen niet bij de terechtzitting van het hof. Het hof verleende daarop verstek en bevestigde het vonnis van de Politierechter.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof niet zonder nader onderzoek verstek had mogen verlenen, omdat hij zelf hoger beroep had ingesteld en er mogelijk reden was om het onderzoek te schorsen zodat hij alsnog aanwezig kon zijn. De Hoge Raad oordeelde dat deze stelling geen steun vindt in het recht, met name niet in het arrest HR NJ 1998, 136, dat alleen betrekking heeft op situaties waarin de verdachte bij het instellen van het hoger beroep gedetineerd was.
Het hof had op grond van het GBA-overzicht vastgesteld dat de verdachte niet gedetineerd was en dat zijn afwezigheid niet onbegrijpelijk was. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hof bevestigde het vonnis van de Politierechter en de Hoge Raad verwierp het cassatieberoep tegen de verstekverlening.