ECLI:NL:PHR:2006:AX1662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing wijziging artikel 14a Sr met terugwerkende kracht niet toegestaan
Deze cassatie in het belang der wet betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zestien maanden voorwaardelijk, met toepassing van de per 1 februari 2006 gewijzigde regeling van artikel 14a Sr. De feiten waren echter gepleegd vóór de inwerkingtreding van deze wetswijziging. De vraag was of de nieuwe regeling met terugwerkende kracht toegepast mocht worden.
De Hoge Raad overweegt dat de wijziging van artikel 14a Sr geen verandering in de strafwaardigheid van de feiten inhoudt, maar een verruiming van de straftoemetingsmogelijkheden om de rechter meer ruimte te geven een op de verdachte toegesneden straf op te leggen. Omdat de wetswijziging geen overgangsrecht bevat en geen sprake is van een gewijzigd inzicht in de strafwaardigheid, mag de nieuwe regeling niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
De conclusie is dat het hof ten onrechte de nieuwe regeling toepaste en dat de oude regeling van artikel 14a Sr van toepassing is op feiten gepleegd vóór 1 februari 2006. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en stelt het rechtpunt vast dat de nieuwe regeling niet met terugwerkende kracht toegepast mag worden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat de gewijzigde regeling van artikel 14a Sr niet met terugwerkende kracht mag worden toegepast.