ECLI:NL:PHR:2006:AW3569
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweerexces bij poging zware mishandeling met koevoet
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling met een koevoet, nadat hij zijn belaagde broer te hulp kwam tijdens een vechtpartij. Het hof verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, omdat het gebruik van de koevoet niet proportioneel was en de verdachte niet enkel uit een hevige gemoedsbeweging handelde.
De advocaat van verdachte stelde cassatie in tegen deze verwerping, stellende dat het hof een te strenge maatstaf hanteerde voor noodweerexces en onvoldoende rekening hield met de hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de aanranding van de broer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te eisen dat de overschrijding van de noodzakelijke verdediging uitsluitend het gevolg moest zijn van die hevige gemoedsbeweging.
De Hoge Raad benadrukte dat het voldoende is dat de aanranding een doorslaggevende rol speelt in de gemoedsbeweging die tot het handelen leidt, ook al kunnen andere factoren meespelen. Tevens wees de Hoge Raad op het belang van de onmiddellijke relatie tussen aanranding en reactie, maar erkende dat het weggaan om een wapen te halen niet per definitie uitsluit dat sprake is van noodweerexces.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof de juiste maatstaf voor noodweerexces moet toepassen en de omstandigheden waaronder de verdachte handelde, waaronder de minder weerbare toestand van zijn broer en de context van de vechtpartij, moet meewegen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweerexces.