ECLI:NL:PHR:2006:AW3558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verschoningsrecht advocaat en inbeslagneming stukken in gerechtelijk vooronderzoek
In deze zaak is tegen twee advocaten een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld wegens verdenking van het bieden van geld aan onderzoeksbureaus voor het verkrijgen van vertrouwelijke gegevens. In het kader hiervan zijn stukken uit het dossier van het advocatenkantoor in beslag genomen. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onder het verschoningsrecht vielen en gelastte teruggave.
De Hoge Raad benadrukt dat het verschoningsrecht van advocaten inhoudt dat brieven en geschriften die onder geheimhouding vallen niet zonder toestemming mogen worden ingenomen, tenzij deze stukken voorwerp zijn van een strafbaar feit of tot het begaan daarvan hebben gediend. Het oordeel hierover behoort in beginsel toe aan de advocaat zelf.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het standpunt van de advocaat dat de stukken onder het verschoningsrecht vallen onjuist zou zijn, vooral gezien de aard van de correspondentie tussen het advocatenkantoor en het onderzoeksbureau. De conclusie is dat de zaak moet worden terugverwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.