ECLI:NL:PHR:2006:AV2378
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof in zaak medeplegen moord met bewijsvoering en getuigenverzoek
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op afgeluisterde gesprekken en getuigenverklaringen.
Verdachte stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder dat het hof ten onrechte het verzoek tot het horen van een belangrijke getuige had afgewezen en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het verzoek tot horen van de getuige had afgewezen omdat de politie alle mogelijke aanknopingspunten had onderzocht en de getuige niet binnen een aanvaardbare termijn kon worden gevonden.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het standpunt van de verdediging onvoldoende was onderbouwd om een nadere motivering van het hof te vereisen. Het hof had bovendien aannemelijk gemaakt dat verdachte en zijn broer een afspraak hadden om elkaar te ontmoeten in het bijzijn van de slachtoffers, en dat de medeverdachte de schutter was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot achttien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord.