ECLI:NL:PHR:2006:AV1628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verduistering, onjuiste belastingaangiften en medeplegen valsheid in geschrift door bestuurder politiebond
De verdachte, bestuurder van de Algemene Christelijke Politiebond (ACP), werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor meervoudige verduistering van gelden uit het A&O-fonds, onjuiste en onvolledige belastingaangiften over de jaren 1995-1997, en medeplegen van valsheid in geschrift. Het hof oordeelde dat verdachte de gelden uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich had, ondanks betwisting dat het beheer van de gelden los stond van zijn dienstbetrekking.
Het hof baseerde zich op verklaringen van verdachte, getuigen en deskundigen, en op documenten waaruit bleek dat verdachte feitelijk beheerder was van de gelden en deze voor privégebruik aanwendde. De belastingdienst stelde een fiscaal nadeel vast door onjuiste aangiften. Het hof wees het verweer af dat valsheid in geschrift niet kon worden bewezen omdat het geschrift de boekhouding niet had verlaten.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van de verdediging, bevestigde de uitleg dat het beheer van gelden nauw verbonden was met de dienstbetrekking, en dat het enkele vervalsen van een geschrift met het oogmerk het als echt te gebruiken voldoende is voor valsheid in geschrift. Het beroep werd verworpen, waarmee het hofvonnis in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden en een geldboete van vijftigduizend euro wegens verduistering, onjuiste belastingaangiften en medeplegen valsheid in geschrift.