ECLI:NL:PHR:2006:AU9096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Medeplegen van overtreding Wet arbeid vreemdelingen door voorzitter stichting exploitant bordeel
De verdachte was voorzitter van een stichting die een bordeel exploiteerde waar vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten. Het hof oordeelde dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt vanwege zijn feitelijke betrokkenheid bij de exploitatie en de werkzaamheden die hij daar verrichtte.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet als werkgever kon worden beschouwd en dat er onvoldoende bewijs was voor medeplegen. Ook werd betoogd dat de verklaringen van buitenlandse prostituees, die niet in het Nederlands konden communiceren, onvoldoende betrouwbaar waren en dat het horen van deze getuigen noodzakelijk was.
De Hoge Raad verwierp deze verweren. Hij bevestigde dat een kwaliteitsdelict niet uitsluitend door iemand met de wettelijke kwaliteit (hier werkgever) kan worden gepleegd, maar medeplegen ook mogelijk is door anderen die feitelijk betrokken zijn. De verklaringen van de prostituees vonden onderling steun en werden door andere bewijsmiddelen bevestigd. Het verzoek tot horen van deze getuigen werd terecht afgewezen omdat de noodzaak niet was aangetoond.
De Hoge Raad concludeerde dat de bewezenverklaring en de kwalificatie van medeplegen voldoende gemotiveerd waren en verwierp het cassatieberoep. De verdachte werd veroordeeld tot boetes en subsidiar hechtenis voor het medeplegen van overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens medeplegen van overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen.