ECLI:NL:PHR:2006:AU8125
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest ontnemingsvordering wegens ontbreken wettige bewijsmiddelen
In deze ontnemingszaak heeft het hof Arnhem veroordeelde verplicht tot betaling van € 4.000,- als wederrechtelijk verkregen voordeel na een moordzaak. Het hof baseerde deze schatting op een arrest in de hoofdzaak en verklaringen van de veroordeelde en een getuige.
De verdediging stelde dat er geen causaal verband was en dat het hof onvoldoende wettige bewijsmiddelen had aangevoerd om het voordeel vast te stellen. De Hoge Raad oordeelt dat het arrest in de hoofdzaak niet als wettig bewijsmiddel kan dienen voor de omvang van het voordeel en dat de verklaringen onvoldoende zijn gespecificeerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Tevens wordt ingegaan op de vermeende tegenstrijdigheid tussen de strafzaak en de ontnemingszaak, waarbij wordt verduidelijkt dat het verkrijgen van voordeel niet per se de drijfveer hoeft te zijn geweest voor het misdrijf.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens het ontbreken van wettige bewijsmiddelen voor de ontnemingsvordering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.