ECLI:NL:PHR:2006:AU8103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bemiddelen bij bedrijfsmatig aantrekken van gelden zonder vergunning
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk bemiddelen bij het bedrijfsmatig aantrekken van op termijn opvorderbare gelden van het publiek zonder de vereiste vergunning. Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte in Nederland en België heeft gehandeld en heeft hem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onjuist heeft gehandeld bij het afwijzen van het verzoek om bepaalde getuigen te horen, met name omdat een getuige zich schuilhoudt en niet binnen aanvaardbare termijn zal verschijnen. Tevens is de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten, ondanks dat het hof een ruime formulering hanteert en niet op alle alternatieven afzonderlijk beslist. De tenlastelegging is voldoende duidelijk en begrijpelijk voor verdachte.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld, ook al was geen bewijs vereist dat hij bewust was van het overtreden van de vergunningplicht. Het hof heeft ook terecht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun civiele vorderingen vanwege de complexiteit van de schadeclaims en de mogelijke eigen schuld van de benadeelden. Klachten over de niet-ontvankelijkverklaring en over de strafbaarheid van verdachte worden verworpen, en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 240 uur wegens opzettelijk bemiddelen bij het aantrekken van gelden zonder vergunning.