ECLI:NL:PHR:2006:AU4119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid notaris bij onjuiste akte van dading en schadeverdeling
In deze zaak staat de beroepsaansprakelijkheid van een notaris centraal die een akte van dading opstelde zonder duidelijk te maken dat het om een partiële verdeling van een nalatenschap ging. Hierdoor werd een vordering tegen een borg in een latere procedure afgewezen. De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding af, het hof kende gedeeltelijk schadevergoeding toe en stelde dat de schade naar billijkheid verdeeld moest worden tussen de notaris en de opdrachtgever vanwege eigen schuld.
De notaris stelde cassatieberoep in tegen het oordeel dat hij een beroepsfout had gemaakt en tegen de schadeverdeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat de notaris tekort was geschoten in zijn zorgplicht door niet de partiële verdeling duidelijk te maken, mede omdat hij het boedeldossier had moeten raadplegen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de schadeverdeling drie vierde voor de notaris en een vierde voor de opdrachtgever moest zijn, en dat het hof de causaliteitsafweging en billijkheidscorrectie niet duidelijk had onderscheiden.
De Hoge Raad verwierp het principale cassatieberoep van de notaris, bevestigde zijn beroepsfout, maar vernietigde het arrest van het hof vanwege het motiveringsgebrek in de schadeverdeling en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling. Het incidentele beroep van de opdrachtgever werd gegrond verklaard. Hiermee blijft de aansprakelijkheid van de notaris staan, maar wordt de schadeverdeling nader onderzocht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beroepsfout van de notaris maar vernietigt het arrest van het hof wegens motiveringsgebrek in de schadeverdeling en verwijst de zaak terug.