ECLI:NL:PHR:2005:AU5654
Parket bij de Hoge Raad
- Hartkamp
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij ongeval tijdens paardrijles door onberekenbaar gedrag paard en teugelfout ruiter
In deze civiele zaak vorderde de benadeelde vergoeding van schade na een ongeval tijdens een paardrijles waarbij het paard Jonker steigerde en de ruiter viel. De rechtbank stelde vast dat noch de bezitter van het paard noch de ruiter verwijt treft, maar dat de schade door de onberekenbaarheid van het paard is veroorzaakt. De aansprakelijkheid werd verdeeld volgens artikel 6:101 BW Pro, waarbij de benadeelde de helft van de schade draagt.
Het hof bevestigde dat de bezitter van het paard op grond van artikel 6:179 BW Pro aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door het dier, ook al wist de ruiter dat paarden kunnen steigeren. Het hof oordeelde dat de ruiter tijdens het steigeren de teugels vasthield, wat een natuurlijke reflex is, en dat dit mede heeft bijgedragen aan het ongeval. Daarom werd de aansprakelijkheid van de bezitter verminderd tot een kwart van de schade.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van beide partijen en bevestigde dat het exoneratiebeding in de lesovereenkomst onredelijk bezwarend is en niet kan worden toegepast. Tevens werd bevestigd dat de toerekening van de schade aan de benadeelde niet vereist dat deze zich anders gedroeg dan een redelijk mens, en dat de aansprakelijkheid van de bezitter niet wordt opgeheven door de kennis van het risico door de ruiter.
De uitspraak benadrukt de toepassing van risicoaansprakelijkheid voor dierenbezitters, de billijkheidscorrectie bij schadeverdeling en de beperkte werking van exoneratiebedingen in de context van paardrijlessen.
Uitkomst: De bezitter van het paard is aansprakelijk voor de schade, met een vermindering van zijn vergoedingsplicht tot 25% vanwege mede-aansprakelijkheid van de ruiter.