ECLI:NL:PHR:2005:AU3943
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheidsverdeling en toelaatbaarheid uitlevering in Antilliaanse zaak
In deze cassatiezaak betrof het een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan de Nederlandse Antillen. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie had geadviseerd om tot uitlevering over te gaan, ondanks het verweer dat de stukken onvoldoende waren en dat de opgeëiste persoon psychisch uitleveringsongeschikt zou zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat de stukken voldoende waren onderbouwd en dat het Hof de juiste maatstaf had toegepast door te toetsen of het hoogst onaannemelijk was dat een rechter op de Nederlandse Antillen tot een bewezenverklaring zou komen. Tevens werd geoordeeld dat de beoordeling van psychische uitleveringsongeschiktheid niet aan de rechter toekomt, maar aan de Gouverneur van de Nederlandse Antillen, die op humanitaire gronden de uitlevering kan weigeren.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde dat de procedure in overeenstemming is met het Nederlandse uitleveringsrecht en de jurisprudentie. De beslissing tot uitlevering werd daarmee bevestigd en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het advies tot uitlevering.