ECLI:NL:PHR:2005:AT7026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek bij verdenking misdrijf met wederrechtelijk voordeel
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam het hoger beroep van de Officier van Justitie tegen de afwijzing door de Rechter-Commissaris van een machtiging tot het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) afgewezen. De vordering betrof verdenking van misdrijven waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en waarbij sprake zou zijn van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Officier van Justitie ook een verdenking ten aanzien van 'andere feiten' zoals bedoeld in art. 36e lid 3 Sr moest concretiseren om tot een machtiging te kunnen overgaan. Noch de wettekst noch de wetsgeschiedenis ondersteunen deze eis. Het SFO kan zich ook uitstrekken tot voordeel verkregen uit andere strafbare feiten dan die waarop de verdenking zich primair richt.
Omdat de rechtbank zich heeft gebaseerd op een eis die de wet niet kent en geen eigen onderzoek naar de primaire verdenking heeft ingesteld, kan haar beslissing niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van de juiste rechtsopvatting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de afwijzing van de machtiging tot strafrechtelijk financieel onderzoek en wijst de zaak terug naar de rechtbank.