ECLI:NL:PHR:2005:AT5554
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuurders bij vaststelling bezoldiging en gevolgen managementovereenkomst
In deze zaak staat centraal of een managementovereenkomst, gesloten door een directeur namens een vennootschap, ook geldt voor een vergoeding die hoger is dan door de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) is vastgesteld. De AVA had een vergoeding van Naf.25.000,-- per maand vastgesteld voor managementdiensten, terwijl de overeenkomst een uurtarief bevatte voor extra uren boven 62,5 uur per maand. De vennootschap vorderde terugbetaling van het bedrag dat zij onverschuldigd had betaald.
De feiten tonen dat de directeur die de overeenkomst sloot, ook aandeelhouder was en aanwezig bij de AVA. Het hof oordeelde dat de bepaling over extra uren niet steunt op het AVA-besluit en dat de vennootschap niet gebonden is aan betaling van die extra uren. De Hoge Raad bevestigt dat in het Antilliaanse vennootschapsrecht statutaire beperkingen aan bestuurders externe werking hebben, waardoor de vennootschap zich kan beroepen op onbevoegdheid van de bestuurder indien het handelen in strijd is met AVA-besluiten.
De Hoge Raad wijst erop dat de statuten een beperking bevatten die de bestuurder verbiedt een hogere bezoldiging vast te stellen dan de AVA heeft goedgekeurd. Ook het argument van gerechtvaardigd vertrouwen op schijn van bevoegdheid faalt omdat de wederpartij op de hoogte was van de beperkingen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vennootschap recht heeft op terugbetaling van het onverschuldigde bedrag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vennootschap niet gebonden is aan de hogere vergoeding in de managementovereenkomst en dat het onverschuldigde bedrag moet worden terugbetaald.