ECLI:NL:PHR:2005:AT2632
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat borgtocht niet valt onder uitzondering normale bedrijfsuitoefening zonder toestemming echtgenoot
In deze zaak vordert Coöperatieve Rabobank Maastricht U.A. betaling van een borgtochtsovereenkomst van [verweerder], die borg stond voor een schuld van ABB Management Consulting Groep B.V. De borgtocht was beperkt tot f 500.000,- en was niet mede ondertekend door de echtgenote van [verweerder]. De bank had de financiering aan ABB Groep opgezegd en ABB Groep werd failliet verklaard. De echtgenote van [verweerder] stelde dat zij geen toestemming had gegeven voor de borgtocht, waardoor deze nietig zou zijn.
De rechtbank wees de vordering van de bank af omdat de borgtocht niet was aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap, zoals vereist in artikel 1:88 lid 5 BW Pro. Het hof bevestigde dit oordeel en motiveerde dat de borgtocht een zekerheid was voor een bestaande rekening-courantschuld die was omgezet in een geldlening, en niet voor een gewone geldlening die de liquiditeit van de vennootschap vergrootte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de borgtocht niet onder de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro viel, omdat de borgtocht niet was aangegaan voor een rechtshandeling die tot de normale bedrijfsuitoefening behoort. De continuering van de financiering diende een reorganisatie (turn around) van ABB Groep, maar dit rechtvaardigde geen uitzondering op het toestemmingsvereiste. De klachten van de bank over de motivering en interpretatie van het hof werden verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee de afwijzing van de vordering van de bank.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de borgtocht nietig is wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenote en wijst de vordering van de bank af.