ECLI:NL:PHR:2005:AT1736
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekering bij messteek en letselschade
Deze zaak betreft de uitleg van de opzetclausule in een aansprakelijkheidsverzekering waarbij [verweerder] [betrokkene 1] met een mes heeft gestoken. De kernvraag is of Nationale-Nederlanden (NN) met succes een beroep kan doen op de opzetclausule om dekking te weigeren.
Feiten zijn dat [verweerder] op 23 mei 1998 meerdere messteken toebracht aan [betrokkene 1], die letsel aan de linkeronderarm en sleutelbeen opliep. [Verweerder] werd veroordeeld wegens poging tot doodslag. De polis van NN sluit aansprakelijkheid uit indien het letsel het beoogde of zekere gevolg is van het handelen van de verzekerde.
De rechtbank en het hof oordeelden dat [verweerder] het toegebrachte letsel niet heeft beoogd noch zich bewust was dat dit letsel het gevolg zou zijn. Het hof stelde vast dat het opzet van [verweerder] was gericht op het loslaten van een ketting door [betrokkene 1], niet op het toebrengen van het daadwerkelijke letsel. NN stelde cassatieberoep in tegen deze uitleg.
De Hoge Raad bevestigt dat de opzetclausule slechts dekking uitsluit indien de verzekerde het letsel heeft beoogd of zich bewust was dat het letsel het zekere gevolg was van zijn handelen. De categoriebenadering, waarbij ook letsel van vergelijkbare ernst tot uitsluiting zou leiden, wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat in situaties van noodzakelijke zelfverdediging de opzetclausule niet snel van toepassing is.
De conclusie is dat NN geen beroep kan doen op de opzetclausule voor het letsel dat [betrokkene 1] heeft opgelopen, omdat [verweerder] dit letsel niet heeft beoogd en zich er niet van bewust was dat het het gevolg zou zijn van zijn handelen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de opzetclausule niet van toepassing is omdat de verzekerde het letsel niet heeft beoogd of zich bewust was dat het het gevolg zou zijn van zijn handelen.