ECLI:NL:PHR:2005:AS8525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gezamenlijk gezag na echtscheiding ondanks communicatieproblemen ouders
Partijen zijn in 2000 in Egypte gehuwd en hebben een in 2002 geboren zoon. Na de echtscheiding in 2003 vroeg de moeder alleen het gezag over de zoon toe te kennen, wat de rechtbank toewijst. De vader gaat in hoger beroep tegen het alleenouderschap en verzoekt gezamenlijk gezag en een omgangsregeling. Het hof vernietigt het alleenouderschap en wijst het verzoek van de moeder af, stellende dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is tenzij het belang van het kind anders vereist.
De moeder voert aan dat de vader drugsverslaafd is, agressief gedrag vertoont en medicatie weigert, en dat de communicatie praktisch onmogelijk is. Ook stelt zij dat de vader mogelijk zal worden uitgezet naar Egypte. Het hof acht deze omstandigheden onvoldoende om het gezag aan één ouder toe te kennen, mede omdat de zoon bij de moeder woont en de Raad voor de Kinderbescherming geen contra-indicaties voor gezamenlijk gezag ziet.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep van de moeder af. De Raad benadrukt dat het gezamenlijk gezag na echtscheiding het uitgangspunt is en alleen bij zwaarwegend belang van het kind kan worden afgeweken. Het hof heeft de feiten zorgvuldig gewogen en geen onjuiste rechtsopvatting gehanteerd. De omgangsregeling is conform de afspraken tussen partijen vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd.