ECLI:NL:PHR:2005:AS5956
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na vijftien jaar volgens Wet limitering na scheiding
De zaak betreft een verzoek tot beëindiging van een alimentatieverplichting die meer dan vijftien jaar heeft geduurd, op grond van de Wet limitering na scheiding. De vrouw, alimentatiegerechtigde, betoogde dat de beëindiging van de alimentatie een te ingrijpende inkomensachteruitgang voor haar betekende, mede vanwege haar leeftijd, de duur van het huwelijk en haar beperkte verdiencapaciteit.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de onderhoudsverplichting per 1 maart 2000 kon worden beëindigd, omdat de vrouw onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie na die datum. De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van de redelijkheid en billijkheid moet plaatsvinden door de situatie vóór en na de beëindiging te vergelijken, niet de situatie op het moment van uitspraak.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de vrouw, omdat het hof terecht oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de beëindiging van de alimentatie een onaanvaardbare terugval in inkomen voor haar betekende. Het hof hoefde daardoor niet te motiveren hoe het andere omstandigheden had meegewogen. De uitspraak benadrukt de hoge motiveringseisen bij het beëindigen van langdurige alimentatie, maar ook de noodzaak voor de alimentatiegerechtigde om voldoende feiten te stellen en aannemelijk te maken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de alimentatieverplichting per 1 maart 2000 wegens onvoldoende aannemelijkheid van onredelijkheid.