ECLI:NL:PHR:2005:AS5950
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen notaris in boedelscheiding
Deze zaak betreft een cassatieberoep van een vrouw tegen een beslissing van het hof dat de beschikking van de kantonrechter bekrachtigde, waarin goedkeuring werd gegeven aan de scheiding en deling van de beperkte gemeenschap van goederen tussen haar en haar ex-echtgenoot. De notaris trad op als notaris en een onzijdige persoon trad op namens de vrouw.
De vrouw stelde onder meer dat de toepasselijkheid van art. 3:183 lid 2 BW Pro niet juist was, dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat de procedure van art. 3:185 BW Pro exclusief gevolgd had moeten worden. De Hoge Raad oordeelde dat de notaris geen belanghebbende was in de zin van art. 798 lid 1 Rv Pro en dat het hoger beroep tegen hem niet-ontvankelijk was. De klachten over hoor en wederhoor en de procedure werden verworpen omdat herstel in appel mogelijk was en de procedure alternatieven kent.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking voor zover het hoger beroep tegen de notaris betreft en verklaarde dat hoger beroep niet-ontvankelijk. Het cassatieberoep van de vrouw werd afgewezen. De vrouw werd veroordeeld in de kosten van de notaris. Hiermee werd bevestigd dat de rol van de notaris en onzijdige persoon in boedelscheidingsprocedures strikt is en dat niet iedere partij als belanghebbende kan optreden tegen de notaris.
Uitkomst: Hoger beroep tegen notaris niet-ontvankelijk verklaard en cassatieberoep van vrouw verworpen.