ECLI:NL:HR:2005:AS5950
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep tegen notaris bij verdeling huwelijksgemeenschap
De zaak betreft een echtscheiding tussen een man en een vrouw die gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden met gemeenschap van vruchten en inkomsten. De rechtbank sprak op 28 maart 2001 de echtscheiding uit en beval de verdeling van de gemeenschap. De notaris werd aangewezen om de verdeling te effectueren en mr. Ubbink benoemd tot onzijdig persoon om de vrouw te vertegenwoordigen indien zij niet zou meewerken.
De vrouw weigerde mee te werken aan de verdeling, waarop de notaris mr. Ubbink verzocht op te treden als onzijdig persoon. Uiteindelijk werd een overeenkomst over de verdeling bereikt en goedkeuring gevraagd en verleend door de kantonrechter op grond van art. 3:183 lid 2 BW Pro. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, waarbij zij zowel de man als de notaris als wederpartijen aanwees.
Het hof bekrachtigde de beschikking en oordeelde de vrouw ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de notaris. De Hoge Raad stelde vast dat de notaris geen partij of belanghebbende is bij de verdeling, aangezien de verdeling een rechtshandeling van de deelgenoten is die zelf goedkeuring behoeven. Daarom had het hof de vrouw niet-ontvankelijk moeten verklaren in haar hoger beroep tegen de notaris.
De Hoge Raad verwierp het principale cassatieberoep van de vrouw, vernietigde het incidentele beroep van de notaris en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de notaris. Tevens werd de vrouw veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van de notaris.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de notaris en het cassatieberoep is verworpen.