ECLI:NL:PHR:2005:AS2500
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest doodslag wegens onduidelijke motivering noodweerexces
Op 11 mei 2003 ontstond een conflict tussen verdachte en het latere slachtoffer in Lelystad, waarbij verdachte het slachtoffer met een mes stak, wat leidde tot diens overlijden door massaal bloedverlies. Het gerechtshof Arnhem sprak verdachte vrij van moord, maar veroordeelde haar voor doodslag tot vijf jaar gevangenisstraf. Het hof verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, stellende dat de aanval van het slachtoffer niet zodanig was dat twee messteken gerechtvaardigd waren en dat geen hevige gemoedsbeweging bij verdachte was ontstaan.
Verdachte stelde cassatie in tegen deze verwerping. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd wanneer en onder welke omstandigheden de messteken zijn toegebracht, waardoor niet duidelijk is of sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waarop noodweer gebaseerd kan zijn. Ook is onduidelijk of er één of twee steken zijn toegebracht, wat van belang is voor de proportionaliteit van de verdediging.
De Hoge Raad achtte de motivering van het hof onbegrijpelijk en onvoldoende, met name omdat het hof zich baseerde op verklaringen die niet uitsluiten dat de steekpartij plaatsvond na het beëindigen van de aanval door de zoon van het slachtoffer. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof Arnhem is vernietigd wegens onvoldoende motivering bij de verwerping van het beroep op noodweer en noodweerexces en de zaak is verwezen naar een ander hof.