ECLI:NL:PHR:2005:AS2044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij geschil over advocaatdeclaratie inzake buitenlandse werkzaamheden
In deze zaak vordert eiseres, een advocaat, betaling van een declaratie voor werkzaamheden verricht voor verweerder met betrekking tot de aankoop en het bezit van Frans onroerend goed. Verweerder betwist de hoogte van de declaratie en stelt dat de Raad van Toezicht bevoegd is tot begroting van het honorarium op grond van art. 32 WTBZ Pro.
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd omdat het geschil volgens hem door de Raad van Toezicht moet worden beoordeeld. Eiseres komt hiertegen in cassatie. De Hoge Raad onderzoekt of de WTBZ ook van toepassing is op werkzaamheden van een Nederlandse advocaat die betrekking hebben op buitenlands recht en of de kantonrechter bevoegd is.
De Hoge Raad overweegt dat de WTBZ primair ziet op Nederlandse advocaten en procedures bij Nederlandse gerechten. Ook als de werkzaamheden betrekking hebben op buitenlands recht en de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft, is de WTBZ van toepassing op de declaratie. De bijzondere rechtsgang van art. 30 e.v. WTBZ moet worden gevolgd bij betwisting van het honorarium. Het oordeel van de kantonrechter wordt bevestigd en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van de kantonrechter bevestigd dat deze niet bevoegd is.