ECLI:NL:PHR:2005:AR8424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid piramidespel en verwerpt verzoek deskundige verdediging
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van overtreding van de Wet op de kansspelen door het organiseren van een piramidespel. De verdediging verzocht om het horen van prof. dr. W.A. Wagenaar als gedragsdeskundige, wat door de rechter-commissaris, rechtbank en het hof werd afgewezen omdat de vraag of sprake was van een piramidespel een juridische en geen gedragskundige vraag betreft.
De verdediging voerde aan dat het afwijzen van het verzoek tot het horen van deze deskundige een schending van artikel 6 EVRM Pro betekende, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval was. Het hof had voldoende gemotiveerd dat gedragskundige aspecten niet relevant zijn voor de juridische kwalificatie van het piramidespel en dat het verweer van de verdediging niet tot schending van het recht op een eerlijk proces leidde.
Daarnaast werd het verweer verworpen dat artikel 1a van de Wet op de kansspelen in strijd zou zijn met het lex certa-beginsel van artikel 7 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigde dat de wettelijke omschrijving voldoende concreet is en dat het onderscheid tussen piramidespel en multilevel marketing helder is.
Ten slotte faalde het middel dat het hof onterecht rekening hield met het voortzetten van de activiteiten door verdachte na de eerste veroordeling. Het hof mocht dit betrekken bij de strafmaat als gedragskenmerk van de verdachte.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan negen voorwaardelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van piramidespel.