ECLI:NL:PHR:2005:AR7269
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging poging tot doodslag ondanks klachten over bewijswaardering en strafmaat
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens poging tot doodslag tot vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf maanden voorwaardelijk en een rijontzegging van zes maanden. Het hof bevestigde tevens de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte werd cassatie ingesteld met drie klachten: dat het hof ontlastende verklaringen zonder motivering terzijde had gesteld, dat het hof niet had gemotiveerd waarom de straf hoger was dan in eerste aanleg, en dat het hof geen rekening had gehouden met het tijdsverloop in de procedure.
De Hoge Raad oordeelde dat het aan het hof is om het bewijsmateriaal te waarderen en dat motivering van het terzijde stellen van bewijs niet vereist is, behalve in bijzondere gevallen die hier niet aan de orde waren. De vermeende hogere straf in hoger beroep was geen dramatische afwijking, mede omdat de effectieve onvoorwaardelijke gevangenisstraf lager uitviel dan in eerste aanleg. Het verzoek om rekening te houden met het tijdsverloop werd niet als schending van de redelijke termijn gezien, zodat het hof niet hoefde te reageren.
De Hoge Raad constateerde wel dat het hof ambtshalve toepassing had moeten geven aan art. 27, eerste lid, Sr, maar verbeterde het dictum dienovereenkomstig. Het cassatieberoep werd in al zijn onderdelen verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk en een rijontzegging van zes maanden voor poging tot doodslag.