ECLI:NL:PHR:2005:AR6569
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mishandeling door afsteken vuurwerk in tram wegens onvoldoende bewijs voorwaardelijk opzet
Verdachte stak op 31 december 2001 een nitraatrotje af in een tram nabij personen, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel (gehoorbeschadiging) opliep. Het hof veroordeelde verdachte voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel en stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het veroorzaken van pijn en/of letsel, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat het vuurwerk in de tram zou ontploffen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en geen bewustzijn van de aanmerkelijke kans op letsel, mede vanwege zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij het vuurwerk naar buiten probeerde te gooien en later uit de tram probeerde te schoppen. Het hof verwierp dit verweer en baseerde zich op de gedragingen van verdachte en de algemene bekendheid van de gevaren van vuurwerk in besloten ruimtes.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte daadwerkelijk voorwaardelijk opzet had. Het feit dat verdachte het vuurwerk naar buiten probeerde te krijgen en pogingen deed om het uit de tram te verwijderen, wijst erop dat hij het ongewenste gevolg juist heeft proberen te vermijden. De Hoge Raad stelt dat het besef van een aanmerkelijke kans op letsel niet automatisch leidt tot voorwaardelijk opzet, en dat in dit geval sprake is van bewuste schuld (culpoos handelen).
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling. Tevens merkt de Hoge Raad op dat de kwalificatie van het feit als mishandeling met zwaar lichamelijk letsel niet kan worden gedragen, omdat het opzettelijk afsteken van vuurwerk nabij personen niet zonder meer als mishandeling kan worden gekwalificeerd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet en verwijst zaak naar ander gerechtshof.